Een huis kopen is een belangrijke stap in een mensenleven. Welk huis wil ik kopen, waar ga ik kopen, hoeveel kamers, etc. Er wordt vaak veel tijd besteed aan het zoeken van de geschikte woning. In de meeste gevallen zal men geld moeten lenen voor de aankoop van de woning. Dit is zeker geen makkelijke opgave. Hypotheken zijn er in alle soorten en maten. Een standaard hypotheek bestaat niet. Welke vorm van hypotheek het beste bij u past, hangt af van meerdere factoren.
Daarnaast zijn er risico’s gedurende de tijd dat u van uw woning geniet. Denkt u hierbij aan overlijden of arbeidsongeschikt worden.
Door samen met u een uitgebreide inventarisatie te maken kan ik uw situatie goed in kaart brengen. Aan de hand daarvan krijgt u vakkundig advies dat geheel aansluit op uw wensen en behoeften.
Vindt u het ook belangrijk dat het voor u goed geregeld is? Maak dan een afspraak met ons.
Met een dienstverleningsabonnement krijgt u al uw verzekeringen provisievrij. Dat betekent dat u een lagere premie betaalt. Voor het dienstverleningabonnement berekenen wij een vergoeding welke lager ligt dan wanneer u provisie betaald.
De Basismodule binnen het abonnement is verplicht en bestaat uit de schadeverzekeringen. De basismodule bedraagt 14,75 per maand.
U kunt uw abonnement uitbreiden met de volgende modules:
Module leven: € 7,50 per maand
Module overlijden: € 3,75 per maand
Module uitvaart: € 3,50 per maand
Module arbeidsongeschiktheid: € 15,50 per maand
Module Hypotheek: € 25,50 per maand
Het abonnement is alleen geldig binnen een huishouden en geldig voor een onbeperkt aantal personen.
Voor bedrijfsverzekeringen wordt een pakket op maat gemaakt.
Afkoopwaarde.
Het bedrag dat wordt uitgekeerd bij vroegtijdig beëindigen van een levensverzekering. U kunt de afkoopwaarde altijd opvragen (zonder tot afkoop over te gaan).
Acceptatie van een hypotheekofferte.
Door acceptatie (ondertekening) van een hypotheekofferte komt een overeenkomst van geldlening tot stand. Bij de meeste hypotheekverstrekkers kan een eenmaal geaccepteerde offerte nog kosteloos worden beëindigd (geannuleerd). Dit kan alleen in de periode vóór het ondertekenen van de hypotheekakte bij de notaris.
Afkoopwaarde.
Bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een gemengde levensverzekering. Het is de tot op dat moment opgebouwde waarde van de levensverzekering, eventueel verminderd met diverse kosten.
Afkopen levensverzekering.
Het beëindiging van de levensverzekering waarbij het recht op een uitkering wordt afgekocht. Zie afkoopwaarde.
Aflossingsvrije hypotheek.
Bij ruime overwaarde kan soms een hypotheek worden gesloten waarop niet hoeft te worden afgelost. Ook lopende hypotheken kunnen geheel of gedeeltelijk in een aflossingsvrije hypotheek worden omgezet.
Afsluitkosten.
Dit zijn alle kosten die gemaakt worden bij het afsluiten van een hypotheek. Bijvoorbeeld: administratiekosten, afsluitprovisie, taxatiekosten en notariële kosten.
Afsluitprovisie.
Bedrag dat de bank in rekening brengt bij het afsluiten van een hypotheek. Vaak een percentage van het hypotheekbedrag. Meestal 1% van de hypotheeksom.
Aftrekpost.
Bij de belastingaangifte mogen bepaalde posten op het inkomen in mindering worden gebracht (bijvoorbeeld: betaalde hypotheekrente).
Annuïteitenhypotheek.
U lost tijdens de looptijd elke maand een bedrag af. De omvang van de lening en de maandelijks te betalen rente nemen daardoor direct af. Aflossing en rente worden zo berekend, dat u de gehele looptijd (bij gelijkblijvende rente) hetzelfde bruto maandbedrag betaalt. De eerste jaren bestaat dit bedrag vooral uit rente, de laatste jaren hoofdzakelijk uit aflossing. De netto maandlast wordt steeds hoger gedurende de looptijd, aangezien u telkens minder rente van uw inkomen kunt aftrekken. Als uw inkomen bij het afsluiten laag is en u verwacht dat het inkomen in de toekomst stijgt, kan een annuïteitenhypotheek in de beginjaren interessant zijn.
Annuleringskosten.
Berekenen sommige banken als een hypotheek niet doorgaat nadat de uitgebrachte offerte door de cliënt is geaccepteerd.
Assurantiebeding.
Hypotheekbeding waarbij als het onderpand te niet gaat, de verzekeringsuitkering rechtstreeks aan de geldverstrekker toekomt. De uitkering wordt eerst (en uitsluitend) gebruikt om de restschuld van de hypotheek af te lossen. Dit beding is wettelijk vastgelegd en wordt niet meer opgenomen in een hypotheekakte.
Bandbreedte (rente).
Deze rentevorm is een mengeling tussen een variabele en een vaste rente. De effecten van rentedalingen en stijgingen worden gedurende een afgesproken termijn gedeeltelijk doorgevoerd (afhankelijk van het percentage van de bandbreedte). Bijvoorbeeld: het afgesproken rentepercentage is 7,5%, de bandbreedte is 1%. Stijgt of daalt de hypotheekrente minder dan 1% dan gebeurt er niets. Stijgt de hypotheekrente bijvoorbeeld met 3% dan stijgt uw rente met 2% (3% minus de bandbreedte van 1%). Ditzelfde gebeurt ook bij rentedalingen.
Bankgarantie
Een bank garandeert dat zij op eerste aanmaning een schuld van de aanvrager van de bankgarantie zal voldoen.
Bankhypotheek
Het huis dient als onderpand voor 'alle huidige en toekomstige vorderingen, uit welke hoofde dan ook'. Zie hypothecaire inschrijving.
Basishypotheek.
Hypotheek die onder standaardcondities en tegen basisrente wordt verstrekt. De meeste geldverstrekkers gaan tot 70 à 75% van de executiewaarde (zie aldaar), sommige tot 90%.
Basisrente.
De marktrente van dat moment die een bepaalde bank in rekening brengt voor nieuw af te sluiten hypotheken. Meestal tot 70 à 75% van de executiewaarde. Op de basisrente kan een opslag komen als vergoeding voor extra risico dat de geldverstrekker loopt. Bepalend voor de hoogte van de toeslag is de verhouding tussen de lening en de executiewaarde.
Beleggingshypotheek.
De aflossing die in de levensverzekering van de hypotheek wordt opgebouwd, wordt naar keuze belegd in aandelen en/of obligaties. Daarmee kan een hoog rendement worden behaald, maar daar staat een kans op (groot)verlies tegenover. Alleen als het inkomen en/of eigen vermogen voldoende is om eventuele tegenvallers op te vangen, komt deze vorm in aanmerking. Rechtstreeks beleggen, d.w.z.: niet via een levensverzekering, is bij sommige hypotheekaanbieders ook mogelijk.
Beperkt recht.
Een recht dat is afgeleid van een meeromvattend recht, dat met het beperkt recht is bezwaard. Zo zijn er gebruiksrechten (vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal) en zekerheidsrechten (hypotheek, pandrecht).
Bereidstellingsprovisie.
Een uitgebrachte hypotheekofferte met de daarin genoemde rente blijft een bepaalde periode geldig, meestal 2 à 3 maanden. Bij verlenging wordt vaak provisie in rekening gebracht.
Bewoonde staat.
Een huis is minder waard als het bewoond wordt dan wanneer het vrij te aanvaarden is. Dan kan de koper er immers direct zelf in gaan wonen. Vaak wordt 60% van die 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoonde staat'.
Bezitloos pandrecht.
Ook wel: pandrecht. Een beperkt recht op niet-registergoederen teneinde daarop bij voorrang een vordering te verhalen.
Bezwaard eigendom.
Eigendom dat belast is met een aanspraak, bijvoorbeeld met een hypotheek.
Bloot eigenaar.
Eigenaar van een zaak waarvan een ander het recht van gebruik heeft, bijvoorbeeld het recht van vruchtgebruik.
Bloot eigendom.
Beperking op het eigendomsrecht doordat dit is 'ontbloot' door bijvoorbeeld het vestigen van het recht van vruchtgebruik. De eigenaar mag verkopen, maar zal moeilijk gegadigden vinden voor een zaak die is bezwaard met vruchtgebruik.
Boeterente.
Wanneer er meer wordt afgelost dan in de hypotheekovereenkomst is vastgelegd of boetevrij is toegestaan, kan over het extra afgeloste bedrag boeterente worden berekend.
Boetevrij aflossen.
Bij hypotheken is het meestal toegestaan boven het jaarlijks verplicht af te lossen bedrag een extra deel zonder boete af te lossen. Vaak is dit 'boetevrije bestanddeel' 10 à 20% van het oorspronkelijk geleende bedrag.
Boetevrij bestanddeel.
Bij hypotheken is het meestal toegestaan boven het jaarlijks verplicht af te lossen bedrag een extra deel zonder boete af te lossen. Vaak is dit 'boetevrij je bestanddeel' 10 à 20% van het oorspronkelijk geleende bedrag.
Bouwdepot.
Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
Bouwfinanciering.
Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
Bouwhypotheek.
Hypotheek voor de financiering van een nog te bouwen huis. Naarmate de bouw vordert neemt de waarde van het onderpand toe en wordt het toegezegde bedrag in termijnen ter beschikking gesteld.
Bouwrente.
Dit begrip omvat alle rente die de koper van een nieuwbouwwoning tijdens de bouw moet betalen aan de aannemer en de geldverstrekker: uitstelrente, boeterente, financieringsvergoeding en hypotheekrente. Deze rentekosten worden vaak meegefinancierd in de hypotheek.
Bruto maandlasten.
Het bedrag (zonder belastingvoordeel) dat u maandelijks verschuldigd bent aan de hypotheekverstrekker.
Consumptief krediet.
Persoonlijke lening, doorlopend (of continu) krediet, rekening courant krediet en blanco krediet. Behalve voor een rekening courant krediet hoeft voor een consumptief krediet geen zekerheid te worden gesteld (pand of hypotheek). De kredietruimte wordt dan bepaald aan de hand van het inkomen en eventuele andere financiële verplichtingen.
Contante waarde.
Geld dat in de toekomst wordt ontvangen of betaald, heeft minder waarde dan geld dat direct wordt ontvangen of betaald. De ontvanger of betaler mist immers rente over het geld. Het bedrag wordt daarom contant gemaakt, dat wil zeggen afgewaardeerd met toepassing van een rentefactor.
Contante waarde van het renteverschil.
Als een lopende geldlening (hypotheek) geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd, lijdt de geldverstrekker een renteverlies als de overeengekomen rente hoger is dan de op dat moment geldende dagrente. Als men geen aanspraak kan maken op een gehele of gedeeltelijke boetevrije aflossing, dan geldt als boete meestal de contante waarde van het totale verschil tussen de hogere en de lagere renteopbrengst tot het einde van de rentevaste periode.
Contractrente.
De overeengekomen rente.
Conversiekosten.
De kosten die gemaakt worden om over te stappen van de ene naar de andere rentevaste periode of te switchen tussen bandbreedtes.
Courtage.
Beloning, loon of provisie die u betaald aan de makelaar.
Dagrente.
Rente zoals die op een bepaalde dag geldt.
Dagrentegarantie.
De geldverstrekker biedt u de laagste hypotheekrente aan die bij haar gold in de periode tussen acceptatie van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte.
Depot.
'In depot geven' betekent: in bewaring geven, meestal van effecten, bij een bank of commissionair in effecten.
Depotrente.
Rente die verschuldigd is wordt door stalling van geld in een depot.
Doorloopconstructie.
In principe hoort een spaarhypotheek te worden beëindigd zodra het spaarkapitaal gelijk is aan het geleende bedrag. Normaal gesproken gebeurt dat op einddatum. Sommige spaarhypotheken kunt u op einddatum verlengen, d.w.z. dat de aflossing wordt uitgesteld. Het spaarkapitaal groeit dan uit boven het geleende bedrag. Hiervoor wordt een 'open-eindeclausule' opgenomen in de verzekerings- en hypotheekvoorwaarden.
Economisch eigendom.
Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en d.m.v. de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.
Economische huurwaarde.
De huur die een huis bij verhuur zou opbrengen.
Eigendomsakte.
Ook wel: overdrachtsakte. De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
Eigenwoningreserve.
De eigenwoningreserve is het bedrag waarvoor u geen hypotheekschuld kunt aangaan als u een andere eigen woning koopt. De eigenwoningreserve ontstaat als u overwaarde heeft op de woning die u verkoopt.
Effectenhypotheek.
De hypothecaire lening is een zogenaamde aflossingsvrije hypotheek. Hiervoor wordt alleen rente voldaan. De lening waarmee de aandelen worden aangekocht is ook een aflossingsvrije leenvorm. De levensverzekering komt tot uitkering indien een verzekerde komt te overlijden. De effectenhypotheek lijkt veel op de beleggingshypotheek. Het grote verschil is dat u bij de effectenhypotheek helemaal zelf kunt bepalen hoe uw belegging er uit ziet. Dit houdt natuurlijk wel een bepaald risico in en vergt enig verstand van beleggen.
Effectieve rente.
De rente die u daadwerkelijk betaald, waarbij inbegrepen zijn de afsluitkosten, de frequentie, voor of achteraf betalen en de terugbetaaltermijn.
Eigendomsbewijs/akte.
Ook wel: overdrachtsakte. De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
Eigenwoningforfait.
Percentage van de waarde van uw woning die u bij uw inkomen moet optellen. Het bedrag vertegenwoordigd de waarde van het woongenot dat u hebt van het bewonen van het huis.
Executieverkoop.
Als een eigenaar niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet, kan de geldverstrekker verkoop van het onderpand (het huis) eisen. Als het tot openbare verkoop komt, wordt er vaak geveild. De schuldenaar heeft er belang bij dat op de veiling het hoogste bod wordt geaccepteerd. Soms staat echter in de voorwaarden dat de geldverstrekker het hoogste bod mag weigeren als er twijfel bestaat aan de kredietwaardigheid van de bieder. Men kan dan zonder nader overleg of verantwoording ingaan op een lager bod. De opbrengst bij een normale 'onderhandse' verkoop is meestal hoger dan die op een veiling. Voor onderhandse verkoop is in geval van executie echter toestemming van de rechter nodig.
Executiewaarde.
De waarde van het huis bij gedwongen verkoop. Bij bestaande woningen wordt die meestal getaxeerd op 80 à 85% van vrije verkoopwaarde, afhankelijk van de marktomstandigheden en de staat van het pand. Bij nieuwbouwhuizen gaat men meestal uit van 90% van de koop-/aanneemsom, inclusief de eventuele kosten van meerwerk. Bij een hypotheek zonder Nationale Hypotheek Garantie geldt de executiewaarde als uitgangspunt voor de hypotheek. Meestal kan niet meer worden geleend dan 125% van de executiewaarde. Tot circa 75% van de executiewaarde wordt meestal het normale rentetarief berekend, daarboven geldt een renteopslag die vaak hoger is naarmate men meer leent ten opzichte van de genoemde grens.
Expiratiedatum.
Het moment waarop een contract of onderdeel daarvan afloopt. Bijvoorbeeld: het einde van een rentevaste periode, het einde van een hypotheekcontract, enz.
Extra aflossen.
Aflossing boven het bedrag dat contractueel verplicht is.
Extra premiestorten.
Bij een levenhypotheek is het bijstorten van extra (spaar)premie te verkiezen boven extra aflossen. Hierbij moet u wel rekening houden met bepaalde fiscale voorwaarden.
Financieringskosten.
Zie: afsluitkosten.
Financieringsvergoeding.
Een nieuwbouwwoning wordt meestal vanaf tekening of tijdens de bouw gekocht. De woning wordt dan in termijnen betaald. Over de termijnen die vóór het sluiten van de koop-/aannemingsovereenkomst zijn vervallen (reeds verschuldigd zijn), berekent de bouwer meestal een financieringsvergoeding. De Belastingdienst beschouwt dit niet als rente, maar als deel van de koop-/aanneemsom. De financieringsvergoeding is daarom niet aftrekbaar.
Fixatieprovisie.
Provisie die in rekening wordt gebracht wanneer u uw hypotheek omzet naar een andere rentevaste periode.
Forfait.
Een vast, vooraf bepaalde som of tarief.
Garantie- en waarborgregeling.
Nieuwbouwwoningen worden meestal gebouwd onder garantie, bijvoorbeeld van het Garantie Instituut Woningbouw (zie aldaar). Onder die garantie valt een kwaliteitsgarantie en de garantie dat het huis wordt afgebouwd, ook als de bouwondernemer failliet gaat. Gesubsidieerde woningen moeten in principe altijd onder een dergelijke garantie worden gebouwd. De koper heeft recht op afgifte van het waarborgcertificaat.
Garantiecertificaat.
Certificaat dat uitgereikt wordt door het Garantie Instituut Woningbouw. Kwaliteitsgarantie. Let op dat u bij het aankopen van een huis met garantiecertificaat dat u binnen de daarvoor gestelde termijn het certificaat op uw naam over laat schrijven.
Gebonden eigendom.
Experiment waarbij huurwoningen onder bepaalde voorwaarden aan de huurders of anderen worden doorverkocht. De verkoop geschiedt via een woningcorporatie die een onderhoudsovereenkomst met de koper sluit.
Gedragscode Hypothecaire Financieringen.
Gedragscode waarmee vrijwel alle hypotheekverstrekkers akkoord zijn gegaan. De gedragscode stelt minimumvoorwaarden aan folders, offertes, de voorwaarden van hypotheken en berekeningen van de hypotheeklasten. Tegen overtredingen van de gedragscode kan men zich beklagen bij een Geschillencommissie Hypothecaire Financieringen.
Gemeentegarantie.
Een bewijs waarmee de gemeente zich garant stelt voor de hypotheekschuld van een huiseigenaar ten opzichte van een geldschieter, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij.
Gemengde verzekering.
Een verzekering waarbij de uitkering van het verzekerde kapitaal plaatsvindt op een bepaalde in de polis genoemde datum (de eind- of expiratiedatum) of bij eerder overlijden van de verzekerde. Het woord gemengd geeft aan dat het een combinatie is van een verzekering bij leven en een tijdelijke overlijdensverzekering.
Geschillencommissie Hypothecaire Financieringen.
Commissie die conflicten met uw hypotheekverstrekker beslecht. Uitspraken zijn bindend.
Grondslag.
De maatstaf waarop een belasting is gebaseerd, bijvoorbeeld de omvang van het inkomen of van het vermogen, de waarde van een huis, enz.
Herberekening van de annuïteit.
Als er bij annuïteitenhypotheken sprake is van extra aflossingen kan de maandtermijn worden herberekend/verlaagd. Sommige banken voeren deze herberekening uitsluitend op verzoek van de cliënt uit. Wanneer deze herberekening niet plaatsvindt, is het effect van de extra aflossing pas merkbaar na renteherziening.
Herstelperiode.
Begrip uit de model koop-/aannemingsovereenkomst 1992. Periode van drie maanden waarbinnen de ondernemer de bij oplevering geconstateerde tekortkomingen moet herstellen.
Hertaxatie
Na afloop van een rentevaste periode doet de bank een nieuw voorstel voor de volgende rentevaste periode van de hypotheek. Sommige geldverstrekkers laten het onderpand dan opnieuw taxeren, om te zien of het nog voldoende waarde vertegenwoordigt. Het is zelfs mogelijk dat de bank weigert de hypotheek te verlengen, of alleen onder ongunstiger voorwaarden, tenzij er sprake is van Nationale Hypotheek Garantie.
Hoog-laagconstructie.
Als u een hypotheek wilt aflossen door middel van een levensverzekering kunt u ervoor kiezen om dit te doen via een hoog-laagconstructie. Dit houdt in dat u de eerste jaren een veel hogere premie betaalt, waardoor direct een kapitaal wordt opgebouwd en uw vervolgpremies lager zullen zijn.
Huizenprijzen.
De aankoopprijzen van woningen in Nederland. Niet te verwarren met vraagprijzen.
Huurbeding
Hypotheekbeding waarin de huiseigenaar wordt beperkt in zijn vrijheid om de woning te verhuren.
Huurkoop.
Koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat de eigendom niet bij de levering overgaat op de koper maar pas als het hele verschuldigde bedrag is betaald. Voor de huurkoop van onroerend goed geldt een aparte wettelijke regeling.
Huurwaardeforfait.
Oude naam voor het Eigenwoningforfait.
Hybride hypotheek.
Een hybride hypotheek is een combinatie van een spaarhypotheek en beleggingshypotheek waarbij u de mogelijkheid krijgt om, afhankelijk van de beleggingsmarkt te kunnen wisselen tussen sparen en beleggen. Vindt u het leuk om regelmatig de beursen te analyseren en daarmee uw voordeel te kunnen doen. Dan is deze hypotheek u op het lijf geschreven.
Hypothecaire inschrijving.
De vermelding in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend. De inschrijving is het moment waarop de hypotheek van kracht wordt. Is in het register een vast bedrag ingeschreven, dan kan de geldverstrekker in principe al zijn vorderingen verhalen op het onderpand (de woning) tot het bedrag van de inschrijving. Bij een zogenaamde vaste inschrijving is er sprake van een dalend hypotheekrecht: de bank kan niet meer verhalen dan de nog restschuld van de hypotheek plus eventueel kosten en achterstallige rente.
Hypothecaire lening.
Een lening waarvoor een onroerende zaak of een in een register opgenomen schip of vliegtuig bij notariële akte tot zekerheid is verbonden. Meestal wordt de schuld expliciet in de akte omschreven. In het algemeen is het geleende bedrag niet meer dan 75% van de geschatte waarde van het goed bij executoriale verkoop. Leent de koper het bedrag van de totale waarde, dan is er sprake van een tophypotheek. In het dagelijks taalgebruik wordt de hypothecaire lening vaak kortweg hypotheek genoemd.
Hypotheek.
Geldlening waarbij een onroerende zaak als onderpand dient.
Hypotheekakte.
Een door een notaris opgemaakt bewijs van een hypotheek.
Hypotheekaktekosten.
De kosten die de notaris berekent voor het passeren van de hypotheekakte en de kosten voor registratie in het hypotheekregister.
Hypotheekgever.
Degene die van een of meer anderen geld leent en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op zijn onroerende zaak, schip of vliegtuig geeft. De consument die een huis koopt, bijvoorbeeld.
Hypotheeknemer.
Degene die aan een of meer anderen geld uitleent en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op een onroerende zaak, schip of vliegtuig krijgt. Bijvoorbeeld de bank die geld leent aan een consument om een huis te kopen.
Hypotheekverstrekker.
Ander woord voor hypotheeknemer.
Hypotheekofferte.
Een voorstel tot het aangaan van een hypotheekovereenkomst, dat zijn kracht verliest door tijdsverloop of herroeping.
Hypotheekregister.
Alle hypotheken worden ingeschreven in een openbaar, voor iedereen toegankelijk register bij het Kadaster. Zo kan altijd worden gecontroleerd of er op een bepaalde onro er ende zaak een hypotheek rust en zo ja, hoeveel.
Hypotheekrente.
De vergoeding die men verschuldigd is voor een hypothecaire lening.
Hypotheekrecht.
Ook wel: hypothecaire inschrijving. Vermelding in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend. De inschrijving is het moment waarop de hypotheek van kracht wordt. Is in het register een vast bedrag ingeschreven, dan kan de geldverstrekker in principe al zijn vorderingen verhalen op het onderpand (de woning) tot het bedrag van de inschrijving. Bij een zogenaamde vaste inschrijving is er sprake van een dalend hypotheekrecht: de bank kan niet meer verhalen dan de nog restschuld van de hypotheek plus eventueel kosten en achterstallige rente.
Hypotheekrente tijdens de bouw.
Ook wel: bouwfinanciering. Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
Inkomentoetsing.
Het toetsen van een werkgeversverklaring en een recente loonstrook om te kijken of u voldoende inkomen heeft om de maandelijkse hypotheeklast te kunnen dragen.
Intentieverklaring
Verklaring waarin afspraken omtrent een later te sluiten overeenkomst worden vastgelegd. Als u een tijdelijk arbeidscontract heeft, is een intentieverklaring van de werkgever om na afloop van het contract ook aan te nemen soms nodig, voordat u een hypotheek kunt afsluiten.
Juridisch eigendom.
Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en d.m.v. de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.
K.k.
Afkorting voor 'kosten koper'.
Kadaster.
Een voormalige overheidsdienst voor de uitvoering van taken van publiekrechtelijke aard op het gebied van ruimtelijke ordening en r uil verkaveling. Het kadaster beheert kaarten waarop percelen grond staan ingetekend. De dienst houdt openbare registers bij met gegevens over eigendom en eventuele bezwaard met een zakelijk recht (zoals hypotheek) van woonhuizen en bedrijfspanden.
Kadastraal recht.
Als een onroerende zaak van eigenaar verandert, of er wordt een hypotheek op gevestigd, wordt de akte ingeschreven in een register op het Kadaster. Het Kadaster rekent daar een bepaald bedrag ('recht') voor, dat afhankelijk is van de koopprijs resp. het hypotheekbedrag.
Kapitaalsuitkering.
Eenmalige uitkering uit een levensverzekering.
Kapitaalverzekering.
Een verzekering waarbij de verzekeraar op zich neemt bij het voorvallen van de in de polis voorziene gebeurtenis dan wel op de in de polis genoemde datum een eenmalige uitkering ter grootte van het in de polis genoemde bedrag te doen, de kapitaalsuitkering. De verzekeringnemer moet vooraf een premie storten.
Kapitaalmarktrente.
Rentevoeten voor diverse soorten leningen van banken onderling en van de Europese Centrale Bank aan banken, berekend voor het uitlenen van geld. Deze rentes vormen de 'grondstof' voor de hypotheekrentes. Een bank zal zelden geld goedkoper uitlenen dan het kan krijgen van de Europese Centrale Bank. Meer geld vragen kan echter altijd.
Kettingbeding.
Hypotheekakte waarin een clausule is opgenomen dat een verplichting die rust op de eigenaar ook moet worden opgelegd aan volgende eigenaren van het onroerend goed.
Koopovereenkomst.
Afspraak tot koop van de bijvoorbeeld een onroerende zaak.
Koopsompolis.
Ook wel: lijfrenteverzekering. Verzekering waarvoor een periodieke of eenmalige (koopsompolis) premie wordt gestort en die op een vooraf overeengekomen datum tot uitkering komt. De uitkering bestaat uit een periodieke 'lijfrente'. Deze kan gelden voor een bepaalde periode of voor onbepaalde tijd, namelijk zolang het 'lijf' in leven is. De premie is tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar; de lijfrentes zijn fiscaal belast. De lijfrenteverzekering kan ook worden gecombineerd met een hypotheek, waarbij de toekomstige lijfrentes geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor betaling/aflossing van de hypotheek.
Kosten koper.
Afgekort k.k. Bij de koop van een bestaand huis zijn de wettelijk te maken kosten niet inbegrepen in de koopsom. Het betreft de overdrachtsbelasting of BTW, de kadastrale rechten en de notariskosten voor het transport. De meeste bestaande huizen worden 'kosten koper' verkocht.
Krediethypotheek.
De krediethypotheek wordt ook wel rekening-couranthypotheek genoemd. U spreekt met de bank een maximaal te lenen bedrag af. U mag tot dit afgesproken maximum opnemen. Er wordt alleen over het opgenomen bedrag rente betaald. Heeft u tijdelijk weer geld over, dan kunt u dit weer aflossen en daalt uw maandbedrag. De rente is alleen aftrekbaar indien u het geld gebruikt voor verbetering aan uw woning.
Kruislingse premiebetaling.
Het over en weer sluiten van een overlijdensrisicoverzekering op het leven van de partner waarbij de ene partner de premie is verschuldigd op het leven van de ander.
Langstlevende testament.
Testament waarbij de ouders over en weer de langstlevende tot erfgenaam benoemen. Beide ouders maken dus zo'n testament. De andere erfgenamen kunnen hun erfdeel in beginsel pas opeisen na overlijden van de langstlevende ouder.
Levensverzekering.
Een overeenkomst tot het doen van uitkeringen door een verzekeraar tegen premiebetaling door de verzekeringnemer, in verband met leven of overlijden van de verzekerde.
Levenshypotheek.
Hypotheekvorm waarbij tijdens de looptijd niet wordt afgelost, maar waarbij aflossing plaatsvindt door middel van een 'gemengde' levensverzekering die aan de hypotheek is verbonden. Deze keert uit aan het einde de looptijd of bij eerder overlijden. Behalve rente, is ook premie voor de levensverzekering verschuldigd. Het betreft een spaarhypotheek, beleggingshypotheek, spaar beleggingshypotheek of een traditionele levenhypotheek.
Levenhypotheek met beleggingsoptie, (-keuze).
Een levenhypotheek waarbij de opbouw van het spaarkapitaal geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van beleggingen. Omvat o.a. de 'traditionele' levenhypotheken, beleggingshypotheken en andere tussenvormen. Bij de spaarhypotheek is het spaarkapitaal niet afhankelijk van beleggingsresultaten.
Lijfrente(verzekering), (-hypotheek).
Verzekering waarvoor een periodieke of eenmalige (koopsompolis) premie wordt gestort en die op een vooraf overeengekomen datum tot uitkering komt. De uitkering bestaat uit een periodieke 'lijfrente'. Deze kan gelden voor een bepaalde periode of voor onbepaalde tijd, namelijk zolang het 'lijf' in leven is. De premie is tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar; de lijfrentes zijn fiscaal belast. De lijfrenteverzekering kan ook worden gecombineerd met een hypotheek, waarbij de toekomstige lijfrentes geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor betaling/aflossing van de hypotheek.
Lineaire hypotheek.
Dit is de meest eenvoudige hypotheekvorm die er bestaat. Elke periode, dit kan een maand, kwartaal of jaar zijn, wordt gedurende de looptijd een vast bedrag afgelost. Deze aflossing is zo opgebouwd dat gedurende de looptijd, de lening lineair wordt afgelost. Bij een lineaire hypotheek van 300.000 wordt gedurende 30 jaar elk jaar 10.000 afgelost. Er moet alleen rente worden voldaan over de restant schuld. Het eerste termijnbedrag is bij deze vorm het hoogst en daalt elke periode.
Loonbelastingbeschikking.
Een eigen woningbezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost voor de inkomstenbelasting. In de meeste gevallen is het mogelijk de belastingaftrek vooraf te verrekenen, tegelijkertijd met de maandelijkse loonbetalingen. Hiervoor moet men bij de Belastingdienst een loonbelastingbeschikking aanvragen.
Marktwaarde.
De prijs die woning in de vrije verkoop normaal gesproken zou opleveren.
Meenemen van uw hypotheek.
Bij verhuizing kan men soms de lagere rente van de lopende hypotheek 'meenemen' naar de nieuw af te sluiten hypotheek op het nieuwe huis.
Middelrente.
Als de dagrente lager is dan de rente die u voor uw hypotheek betaalt, kan het voordelig zijn om uw hypotheek over te sluiten. Dit brengt meestal veel kosten met zich mee. De geldgever kan u in plaats van oversluiten aanbieden om het verschil in de dagrente en uw rente te middelen. Zo betaalt u een lagere rente en heeft u weinig kosten.
Nabestaandenlijfrente.
Lijfrenteverzekering waarvoor premieaftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat de verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die direct ingaat bij het overlijden van de verzekerde. Bij begunstiging aan een direct familielid (bijv. Kind, klein- of pleegkind, broer, zuster) moet een tijdelijke lijfrente uiterlijk eindigen zodra de begunstigde 30 jaar wordt. Voor begunstiging aan de huwelijkspartner en anderen buiten de directe familiekring geldt deze beperking niet.
Nationale Hypotheek Garantie.
Afgekort NHG. Borg- of garantstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) wordt afgegeven voor een hypotheek. Voor het bedrag van de borgstelling kan de koper altijd een hypotheek afsluiten. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de norm en van het WEW. De aanvraag loopt via de geldverstrekker of de tussenpersoon waar de hypotheek wordt afgesloten.
Netto maandlasten.
Het bedrag dat u maandelijks kwijt bent aan hypotheeklast minus de terug te ontvangen belasting. Lage netto maandlasten klik dan hier.
Netto werkelijke rente.
Drukt de werkelijke kostprijs van een hypotheek uit, rekening houdend met o.a. alle kosten die de bank in rekening brengt, de verzekeringspremie en met het te verwachten fiscale effect.
Niet-wijzigingsbeding.
Een hypotheekbeding waardoor de eigenaar de woning niet of niet zonder toestemming van de geldverstrekker mag wijzigen.
Niet-zuivering
Een clausule in de hypotheekakte waarmee de geldverstrekker de vrijwillige verkoop van het onroerende goed kan tegenhouden wanneer de waarde waarschijnlijk niet voldoende is om de hypotheek af te lossen.
NHG.
Afkorting voor Nationale Hypotheek Garantie.
Nominale rente
De feitelijke marktrente, die wordt gevormd door de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. Door het verwerken in de rente van dit percentage compenseert de kredietverlener de geldontwaarding van de middelen die hij tijdelijk afstaat.
Onderzetting.
Het beschikbaar stellen van onroerend goed als onderpand.
Omzettingskosten.
Ook wel: oversluitprovisie. Provisie die banken in rekening brengen bij het opnieuw afsluiten van een hypotheek (tegen een lagere rente). Als een hypotheek in een andere vorm wordt omgezet, spreekt men van omzettingskosten.
Onbewoonde staat.
Een huis is minder waard als het bewoond wordt dan wanneer het vrij te aanvaarden is. Dan kan de koper er immers direct zelf in gaan wonen. Vaak wordt 60% van die 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoon de staat'.
Onbezwaard eigendom.
Eigendom dat niet is belast met enig recht, zoals bijvoorbeeld een hypotheekrecht, een huurrecht.
Onderpand.
Bij een hypothecaire lening dient de onroerende zaak als onderpand. De eigenaar van het onderpand, bijvoorbeeld een huiseigenaar, is de hypotheekgever. De geldverschaffende instelling is degene die het onderpand aanvaardt, de hypotheeknemer.
Onroerende zaak.
De grond en alles wat zich daarin of daarop bevindt, voor zover dat aard- of nagelvast daarmee is verbonden. Voorbeelden: bomen, vaste planten, een huis met alles wat daaraan aard- of nagelvast is verbonden of wat naar zijn aard bij het huis hoort, zoals dakpannen, deuren, keuken, enz.
Onroerende zaakbelasting.
Wordt door de gemeente opgelegd aan eigenaren en gebruikers van woningen, grond en andere onroerende zaken.
Ontbindende voorwaarde.
Een mogelijkheid in het contract op basis waarvan de overeenkomst kan worden beëindigd. Wie gebruik wil maken van een ontbindende voorwaarde, moet dit zelf kenbaar maken aan de contractpartij. Bij de koop van een huis is het gebruikelijk om ontbindende voorwaarden op te nemen voor het verkrijgen van een passende financiering, en (indien van toepassing) voor een huisvestingsvergunning of Nationale Hypotheek Garantie.
Onverdeelde eigendom.
De verdeling van bezittingen en schulden die gemeenschappelijk eigendom waren. Tot aan het moment van boedelscheiding is er sprake van 'onverdeelde eigendom'. De boedelscheiding kan worden vastgelegd in een akte van scheiding en deling.
Oorspronkelijke hoofdsom.
Het bedrag dat bij het aangaan van een hypotheek is geleend. In de loop der jaren kan de schuld dalen door aflossingen, vandaar de term 'oorspronkelijke' hoofdsom. Boetevrije aflossingen zijn vaak mogelijk tot een bepaald percentage van de oorspronkelijke hoofdsom.
Openbare verkoop.
Uitvoeren van een vonnis, ook wel: executieverkoop.
Open-eindeclausule.
Clausule waardoor de looptijd van de hypotheek inclusief daaraan gekoppelde verzekeringen verlengd kunnen worden.
Opeten van de eigen woning.
Iemand die in de bijstand komt, moet -tot aan een bepaalde vrijstelling- zijn vermogen opmaken voordat recht op een uitkering ontstaat. Voor eigen woningbezitters geldt dit ook voor het in hun huis opgebouwde vermogen. Er is dan wel een extra vrijstelling.
Opzegtermijn.
Een hypotheek kan aan het eind van iedere rentevaste periode, bij verkoop, enz. worden opgezegd. Dit moet vaak enige tijd van tevoren worden aangekondigd. Geldt ook voor verzekeringen.
Overbruggingskrediet.
Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van een ander huis en de verkoop van de oude woning. Daarbij wordt van de overwaarde van het oude huis gebruik gemaakt. Meestal kan voor een beperkte periode een overbruggingskrediet worden afgesloten.
Overdracht basisaftrek.
Als een partner geen inkomen heeft, of een inkomen dat lager ligt dan de basisaftrek, kan de basisaftrek worden overgedragen aan de (meer) verdienende partner. Een gedeeltelijke overdracht van de basisaftrek is niet mogelijk.
Overdrachtsakte.
De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster.
Overdrachtsbelasting.
Deze belasting (6%) wordt geheven bij verkoop van bestaande onroerende zaken. Meestal niet inbegrepen in de koopsom.
Overlijdensrisicoverzekering.
Verzekering die tot uitkering komt bij overlijden, waardoor de hypotheekschuld geheel of gedeeltelijk kan worden afgelost en de nabestaande(n) in het huis kunnen blijven wonen. Soms wordt een ORV door de geldverstrekker verplicht gesteld.
Oversluiten.
Als de dagrente flink wat lager is dan de rente waartegen een hypotheek is afgesloten, lijkt het aantrekkelijk een nieuwe hypotheek af te sluiten tegen die lagere dagrente. De meeste banken hanteren hierbij echter ongunstige boeteclausules, de zgn. 'contante waarde van het renteverschil'.
Oversluitprovisie.
Provisie die banken in rekening brengen bij het opnieuw afsluiten van een hypotheek (tegen een lagere rente). Als een hypotheek in een andere vorm wordt omgezet, spreekt men van omzettingskosten.
Overstapfaciliteit.
Sommige hypotheekverstrekkers bieden de mogelijkheid om gedurende het eerste jaar of de eerste twee jaren een hypotheek met variabele rente om te zetten in een hypotheek met een rentevaste periode, of om een korte rentevaste periode om te zetten in een langere.
Overwaarde.
Het verschil tussen de vrije verkoopwaarde van een huis en de restschuld van de hypotheek. Als u geld wilt bijlenen, gaat de geldverstrekker bij de bepaling van de overwaarde niet uit van de vrije verkoopwaarde maar van de executiewaarde.
Positieve/negatieve hypotheekverklaring.
Onderhandse akte die op eerste verzoek van de geldverstrekker kan worden omgezet in een hypotheekakte. De akte kan als basis dienen voor een overbruggingsrekening courant krediet.
Premiedepot.
Geblokkeerde (spaar)rekening van waaruit automatisch premies worden gestort, bijvoorbeeld ten behoeve van de meeverbonden levensverzekering van een spaarhypotheek of andere levenhypotheek.
Premiekoopwoning.
Koopwoningen met een meerjarige subsidie. Ook wel: sociale koopwoning. De regeling is inmiddels afgeschaft.
Premievrijmaking.
De afkoop van een lopende levensverzekering, waardoor de verplichting tot betaling van premie eindigt. Op hetzelfde moment wordt een nieuwe verzekering met dezelfde inhoud afgesloten, maar voor een lager verzekerd bedrag.
Pro rato hoofdsom.
Schuldrest, het gedeelte van de oorspronkelijke lening, dat nog openstaat na aftrek van alle gedane aflossingen op de hypotheek.
Projectaanbieding.
Bij nieuwbouw bieden banken soms hypotheken aan op gunstiger condities dan normaal. Er worden dan bijvoorbeeld rentekortingen verleend voor de eerste rentevaste periode, de afsluitprovisie is lager, enz.
Nog geen begrippen aanwezig.
Registergoed.
Een goed dat volgens de wet moet worden ingeschreven in bepaalde registers: grond, huizen, schepen, vliegtuigen. Door de inschrijving kan iedereen zien aan wie het toebe-hoort en of er een ander zakelijk recht (bijvoorbeeld een hypotheek) op rust.
Regresrecht.
Recht om terug te vorderen wat iemand heeft betaald voor een ander, bijvoorbeeld voor een hoofdelijke medeschuldenaar.
Rekenrente.
De rente die een verzekeringsmaatschappij op haar beleggingen verwacht te kunnen behalen. Deze rente is van belang omdat verzekeringsmaatschappijen de ontvangen premies plegen te beleggen. Bij de bepaling van de hoogte van de premie wordt rekening gehouden met de rekenrente. Als het rendement op de beleggingen hoger is dan de rekenrente, ontstaat een voordeel voor de verzekeringsmaatschappij.
Rekenvergoeding.
Aannemersvergoeding voor het calculatiewerk bij een offerte. Het is verstandig om vóór het laten uitbrengen van een offerte schriftelijk vast te leggen dat voor het calculatiewerk en voor de offerte geen kosten in rekening worden gebracht.
Rente bijschrijven.
Bij ruime overwaarde kan men soms overeenkomen om met aflossen op de hypotheek te stoppen en bovendien de rente bij de schuld te laten bijschrijven.
Rente tijdens de bouw.
Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.
Renteopslag.
Verhoging bovenop het normale rentetarief als meer wordt geleend dan (bij de meeste geldverstrekkers) circa 75% van de executiewaarde van het huis. Vaak is de opslag hoger naarmate meer wordt geleend ten opzichte van de genoemde grens. De opslag geldt niet voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie.
Rentebedenktijd.
Bij veel hypotheken heeft men bij aanvang één of twee jaren de vrije keuze om te bepalen op welk moment de rente wordt vastgezet voor een nieuwe periode. Soms is er ook rentebedenktijd steeds vanaf één of twee jaar voordat een rentevaste periode afloopt.
Rente bijschrijven.
Bij ruime overwaarde kan men soms overeenkomen om met aflossen op de hypotheek te stoppen en bovendien de rente bij de schuld te laten bijschrijven.
Rente fixatieperiode.
Ook wel: rentevaste periode. Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar.
Rentegarantie.
Hypotheekofferte waarin de aangeboden rente voor een bepaalde periode wordt gegarandeerd, zonder dat bekend is om welke woning het gaat.
Renteherziening.
Het vooraf overeengekomen tijdstip waarop de rente voor een aangegane lening wordt herzien.
Rentemiddeling.
Wanneer tijdens een rentevaste periode de hypotheek om wat voor reden dan ook wordt beëindigd en er wordt een nieuwe hypotheek afgesloten bij dezelfde geldverstrekker, kan die voorstellen om een gemiddelde aan te houden tussen de oude lagere rente en de hogere dagrente. Sommige banken zijn ook bereid via rentemiddeling vervroegd te verlengen. Rentemiddeling kan ook aan de orde zijn bij het verhogen van de hypotheek.
Rentevaste periode.
Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar.
Restantschuld.
Het restant van de schuld van de oorspronkelijke lening na aftrek van alle gedane aflossingen.
Restitutie boeterente.
Bij voortijdig aflossen i.v.m. verkoop berekenen hypotheekverstrekkers soms boeterente. Als u een nieuwe hypotheek bij dezelfde bank afsluit, krijgt u die boeterente over het algemeen terug. De nieuwe hypotheek moet u dan meestal binnen drie of zes maanden afsluiten.
Reële rente.
Het verschil tussen de marktrente en het inflatiepercentage.
Risicopremie.
De premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de 'risicopremie') en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de 'spaarpremie').
Rijksrekenrente.
Rente die levensverzekeringsmaatschappijen wettelijk moeten vergoeden over het door de verzekerde opgespaarde bedrag (momenteel 4%). Speelt bij een spaarhypotheek geen rol zolang de hypotheekrente hoger is dan 4%, omdat daar een rentevergoeding wordt aangehouden die gelijk is aan het percentage van de overeengekomen hypotheekrente.
Salderingsregeling.
De betaalde rente aftrekken van de ontvangen rente. Op het positieve saldo is de rentevrijstelling van toepassing. De betaalde hypotheekrente voor de eigen woning blijft bij het salderen buiten beschouwing.
Sleutelklaar.
Het huis wordt 'sleutelklaar' opgeleverd, d.w.z. dat er in principe niets meer hoeft te gebeuren. Overigens kan de definitie van sleutelklaar opleveren per aanbieder verschillen, bijvoorbeeld: wel of geen wand- of vloerafwerking, enz. Controleer dus wat daar precies onder wordt verstaan.
Spaarbeleggingshypotheek.
In de levensverzekering van de hypotheek kan zowel worden gespaard (zoals bij een spaarhypotheek) als worden belegd (zoals bij een beleggingshypotheek). De verhouding tussen beide kan naar keuze worden bepaald. Tijdens de looptijd kan daarin nog verandering worden aangebracht. Geheel sparen (spaarvariant) of geheel beleggen (beleggingsvariant) kan ook. Voor het overhevelen van opgebouwd kapitaal van sparen naar beleggen en andersom, kunnen hoge kosten worden berekend. Zie ook 'Levenhypotheek'.
Spaarhypotheek.
De premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de 'risicopremie') en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de 'spaarpremie'). Over de spaarpremie wordt een rente vergoed die altijd gelijk is aan de overeengekomen hypotheekrente. Er wordt een aflossingskapitaal bijeen gespaard dat op ieder moment even hoog is als de aflossing bij een vergelijkbare annuïteitenhypotheek. Op de einddatum is de beoogde aflossing gegarandeerd bijeen gespaard.
Taxatie.
Het vaststellen van de waarde van een huis.
Tijdelijke oudedagslijfrente.
Lijfrenteverzekering waarvoor premieaftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die niet eerder ingaat dan in het jaar waarin de verzekeringnemer 65 jaar wordt of waarin hij met pensioen gaat. De uitkering moet minimaal gedurende 5 jaar worden uitbetaald en mag in principe niet meer bedragen dan fl 36.442,- per jaar (tarief 1999), of fl 37.062,- per jaar (tarief 2001). Zie ook 'Lijfrenteverzekering'.
Tophypotheek.
Indien er geen sprake is van Nationale Hypotheek Garantie, er is een voldoende hoog (toekomstig) inkomen, en het huis vertegenwoordigt voldoende waarde, bestaat vaak de mogelijkheid een extra hoge hypotheek af te sluiten. Men kan dan een hypotheek krijgen tot bijvoorbeeld 100% of 125% van de executiewaarde. De bank vraagt voor een tophypotheek een hogere rente. Deze hogere rente wordt meestal geheven over de hele lening i.p.v. uitsluitend over de top. De totale 'topopslag' kan oplopen tot 0,5%. Soms bestaat de verplichting om de top versneld af te lossen.
Topopslag.
Extra verhoging van de rente die geheven wordt bij tophypotheken.
Traditionele levenhypotheek.
De levensverzekering die aan de hypotheek is verbonden, levert meestal veel onduidelijkheid op: over de samenstelling van de premie, over het rendement dat wordt vergoed en over de (meestal hoge) kosten die worden ingehouden op het rendement, het spaarkapitaal en op de eventuele afkoopwaarde bij tussentijdse beëindiging. De 'vereniging eigen huis' beschouwt dit als een achterhaalde hypotheekvorm. Zie ook 'Levenhypotheek'.
Tranches.
Voor de fiscale aftrek van een lijfrentepremie of -koopsom gelden verschillende tranches. De eerste tranche (de basisaftrek) geldt voor iedere belastingplichtige en bedraagt fl 6.075.,- per jaar per persoon, voor gehuwden: fl12.150,- (tarieven 1999). Of fl 6.179,- per jaar per persoon, voor gehuwden: fl 12.358,- (tarieven 2001). De tweede en derde tranche komen alleen in aanmerking indien er sprake is van een tekort in de pensioenopbouw. Hiervoor geldt een groot aantal criteria. De vierde en vijfde tranche gelden voor ondernemers. Zie ook 'Lijfrenteverzekering'.
Tweede hypotheek.
Bij voldoende overwaarde kunt u een tweede hypotheek op uw woning nemen om bijvoorbeeld extra geld voor een verbouwing vrij te maken.
Tweeverdienerhypotheek.
Regeling binnen de Nationale Hypotheek Garantie op grond waarvan het tweede inkomen geheel of gedeeltelijk kan meetellen bij het bepalen van het maximaal te lenen bedrag.
Uitgestelde lijfrente.
Toekomstige periodieke uitkering op basis van een lijfrenteverzekering die ingaat op een vooraf overeengekomen datum, bijvoorbeeld op het moment van pensionering. Zie ook 'Lijfrenteverzekering'.
Uitstelrente.
Begrip uit de model koop-/aannemingsovereenkomst. Als men een nieuw huis laat bouwen wordt dit in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens (naarmate de bouw vordert) de resterende termijnen. Zolang de eigendomsoverdracht van de grond nog niet heeft plaatsgevonden, heeft de koper recht op uitstel van betaling van de grond- en bouwtermijnen. Over dit uitstel van betalen wordt door de bouwer wel rente in rekening gebracht. De uitstelrente wordt berekend over: - de grondkosten vanaf de 'per datum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht (grondrente); - de vóór het sluiten van de overeenkomst reeds vervallen termijnen van de aanneemsom vanaf de 'per datum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht; - de overige termijnen van de aanneemsom vanaf de 'vervaldatum' tot aan de datum van eigendomsoverdracht. De uitstelrente over de termijnen van de aanneemsom is fiscaal aftrekbaar. Dat geldt ook voor de uitstelrente (incl. BTW) over de grondkosten.
Variabele rente.
Men komt geen rentevaste periode overeen bij het aangaan van een hypotheek maar betaalt steeds de dan geldende rente voor nieuw af te sluiten hypotheken. De variabele rente kan per dag, per maand, per kwartaal of per half jaar achteraf of vooraf worden vastgesteld.
Vereniging van eigenaren.
Afgekort VVE. Een appartementseigenaar is automatisch lid van de vereniging van eigenaren. De vereniging behartigt de belangen van de gezamenlijke eigenaren. De vereniging voert het beheer over de gemeenschappelijke zaken, gedeelten ban het pand, verzekeringen en financiën.
Verkoop onder voorwaarden.
Woningverkoop waarbij meestal een korting op de koopprijs wordt gegeven in ruil voor een winstdeling bij latere verkoop. Er kan sprake zijn van andere voorwaarden en gekoppelde voorzieningen ten behoeve van de koper, bijvoorbeeld een terugkoopgarantie of een collectieve voorziening voor onderhoud.
Verkrijgingkosten.
De totale kosten van het in eigendom verkrijgen van een huis, d.w.z. de aankoopprijs inclusief alle bijkomende kosten. Denk aan de kosten van verhuizing en inrichting. En eventueel: kosten voor aanleg van de tuin en verbouwing en verbetering van het huis.
Vermogensrendementheffing.
Belasting die wordt geheven over het rendement dat u haalt uit uw vermogen. De fiscus neemt altijd aan dat dit rendement 4% is. Over dit fictieve rendement wordt u met 25% aangeslagen. Het vermogen geeft u op in box 3 van de aangifte. De waarde van uw eigen huis hoeft u niet in box 3 op te geven, u betaalt er dus ook geen vermogensrendementheffing over.
Vertragingsrente.
Als u bouwtermijnen te laat betaalt, kan de bouwer u rente in rekening brengen.
Verwervingskosten.
De bijkomende kosten (naast de aankoopsom) bij de koop van een huis. De verwervingskosten bestaan onder andere uit de financieringskosten en de overdrachtsbelasting (bestaand huis), eventueel meerwerk en rente tijdens de bouw (nieuwbouwhuis).
Vol eigendom.
Ook wel: onbezwaard eigendom. Eigendom dat niet is belast met enig recht, zoals bijvoorbeeld een hypotheekrecht, een huurrecht.
V.o.n.
Afkorting voor 'vrij op naam'.
Vooraftrek van belasting.
Een eigen woningbezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost voor de inkomstenbelasting. In de meeste gevallen is het mogelijk de belastingaftrek vooraf te verrekenen, tegelijkertijd met de maandelijkse loonbetalingen. Hiervoor moet men bij de Belastingdienst een loonbelastingbeschikking aanvragen.
Voorbehoud van vruchtgebruik.
Iemand kan iets verkopen of schenken met het voorbehoud dat hij het (vrucht)gebruik ervan behoudt. Als het om een huis gaat, kan de verkoper of schenker in het huis blijven wonen.
Voorlopig koopcontract.
Misleidende term. Tekent u een voorlopig koopcontract, dan is de koop wel degelijk definitief, behoudens een terecht beroep op een eventuele ontbindende voorwaarde.
Vrij op naam.
De wettelijk te maken kosten zijn inbegrepen in de koopsom. Het betreft hier de BTW of overdrachtsbelasting, de kadastrale kosten en de notariskosten voor de transportakte. Afgekort als v.o.n. Zie ook. Kosten Koper.
Vrij te aanvaarden.
Een vrij te aanvaarden huis is leeg en kan direct bewoond worden door de koper. In die toestand is een huis meer waard dan als het in bewoonde staat verkocht wordt. Vaak wordt 60% van de 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoonde staat'.
Vrije verkoopwaarde.
Waarde van een woning die in volle eigendom (zie aldaar) leeg en onbezwaard (zie aldaar) kan worden overgedragen.
Waarborgfonds.
Eigen Woningen De Garantie en Waarborgregeling is een borg- of garantstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) wordt afgegeven voor een hypotheek. Voor het bedrag van de borgstelling kan de koper altijd een hypotheek afsluiten. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de normen van het WEW. De aanvraag loopt via de geldverstrekker of de tussenpersoon waar de hypotheek wordt afgesloten.
Waarborgsom.
Bij de koop van een bestaand huis kan men overeenkomen dat de koper in afwachting van het transport een bepaald deel van de koopsom (oplopend tot 10%) als waarborg stort bij de notaris.
Waardegrondslag.
De gemeente moet de waarde van onroerende zaken als basis voor de onroerende zaakbelasting hanteren.
Waardepeildatum.
De datum waarop de gemeente de WOZ-waarde van de onroerende zaak heeft vastgesteld. Om de vier jaar wordt de waarde opnieuw vastgesteld. In de tussenliggende periode geldt de waarde van de laatste peildatum.
Wegneembeding.
Hypotheekbeding waardoor aan de geldlener het recht wordt ontnomen om latere verbeteringen aan de woning weer ongedaan te maken.
Wet Waardering Onroerende Zaken.
Afgekort WOZ. Regelt de waardebepaling en waardevaststelling van alle onroerende zaken in Nederland.
Wettelijke rente.
Rente die de schuldeiser in rekening mag brengen wanneer de schuldenaar, ondanks sommatie, nalatig is te betalen. De hoogte van de wettelijke rente wordt periodiek door de overheid vastgesteld.
Winstdeling.
Bij traditionele levenhypotheken spaart men via de premiebetalingen een bedrag waaruit later de hypotheek wordt afgelost. Over dit spaardeel ontvangt de (verzekerings-)maatschappij rente. De verzekerde kan hierin meedelen, als de polis ten minste een winstdelingsclausule bevat.
Woningverbeteringsubsidie.
In bepaalde gevallen is voor verbeteren van een bestaande woning subsidie te verkrijgen. Inlichtingen kunt u krijgen bij uw gemeente. De gemeente beslist over de toekenning.
Woonlasten.
Alle kosten die het wonen met zich meebrengt, inclusief stookkosten, de kosten voor nutsvoorzieningen, eventuele servicekosten, reserveringen voor onderhoud, onroerende zaakbelasting en verzekeringen.
WOZ.
Afkorting voor Wet Waardering Onroerende Zaken. Zie aldaar.
WOZ-waarde.
Door de gemeente op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken bepaalde waarde van uw huis. Dient als grondslag voor onder andere de onroerende zaakbelasting. De waard zit meestal iets lager dan de marktwaarde maar hoger dan de executiewaarde van het huis.
Nog geen begrippen aanwezig.
Nog geen begrippen aanwezig.
Nog geen begrippen aanwezig.
"Graag wil ik u uitnodigen om te vertellen wat u graag wilt met uw financiën op dit moment en in de toekomst, dan kunnen we er samen een succes van maken."
Vincent Parisius
T. 026-8445889
M. 06-21221424
E. vp@parisiusadvies.nl
Holtrichterstraat 26
6991 CD Rheden
Postadres
Postbus 345
2501 CH ‘s-Gravenhage
Kifid 300.012340
AfM 12016808
KVK 09190845